NHG standaard

De behandeling van COPD van uw patiënten is zowel gericht op de fysiologische component (de longfunctie gedefinieerd als de FEV1) als hun welzijn en het vermogen om in het dagelijks leven te functioneren.

De NHG-standaard COPD is in 2015 herzien. De belangrijkste implicatie voor de (huisartsen)praktijk is dat bij goede COPD-zorg de door de patiënt ervaren klachten en de manier waarop hij hier mee omgaat centraal komen te staan. In overleg met de patiënt worden de persoonlijke behandeldoelen aan de hand van de algemene behandeldoelen geformuleerd en bij voorkeur vastgelegd in een individueel zorgplan, samen met afspraken over de frequentie van monitoring, leefstijlverandering, medicatie, beleid bij exacerbaties en eventuele afspraken met andere zorgverleners. Ook worden patiënten in principe in de eerste lijn behandeld en alleen wanneer het nodig is in de tweede lijn.

Wat betekent dat concreet:

  • Voor spirometrie worden nieuwe referentiewaarden van het Global Lung Function Initiative aanbevolen: luchtwegobstructie is nu gedefinieerd als een FEV1/FVC-ratio kleiner dan het 5e percentiel van de referentiepopulatie.
  • Om de diagnose astma of COPD goed te kunnen stellen is een meting voor en na bronchusverwijding altijd geïndiceerd en worden eigen luchtwegverwijders voor de test gestaakt.
  • Tijdens de monitoringsfase (wanneer de diagnose vaststaat) wordt van de spirometrie alleen de postbronchodilatoire nameting verricht onder gebruik van eigen medicatie. Gestandaardiseerde voor- en nameting is in die fase alleen geïndiceerd bij een discrepantie tussen klachten en longfunctie; een ten opzichte van eerdere metingen afwijkende FEV1/FVC-ratio; omdat er twijfel is ontstaan aan de diagnose; bij twijfel over gebruik van de eigen luchtwegmedicatie.
  • De belangrijkste niet-medicamenteuze maatregel is stoppen met roken.
  • Inhalatiecorticosteroïden zijn bij COPD meestal niet geïndiceerd.
  • Patiënten met astma in combinatie met COPD worden niet-medicamenteus behandeld volgens de COPD-standaard en medicamenteus volgens de astma-standaard.

Criteria onderscheid: lichte (afwezigheid alle criteria) en matige (aanwezigheid > 1 criterium) ziektelast1

Parameter Afkappunt
Klachten/hinder/beperkingen MRC ≥ 3 of CCQ ≥ 2*
Exacerbaties ≥ 2 exacerbaties per jaar behandeld met orale corticosteroïden of ≥ 1 ziekenhuisopname wegens COPD
Longfunctie † FEV1 na bronchusverwijding < 50% van voorspeld of < 1,5 l absoluut of progressief longfunctieverlies
Voedingstoestand Ongewenst gewichtsverlies > 5%/maand of > 10%/6 maanden, of verminderde voedingstoestand (BMI < 21), zonder andere verklaring

* MRC = Medical Research Council dyspneuschaal (range 1-5); CCQ = Clinical COPD Questionnaire (range 0-6) (zie https://cahag.nhg.org/screeningsinstrumenten).
† Bij bepalen ziektelast bij monitoring: gebruik laatste spirometrie.

1. NHG-Standaard COPD